Wat zijn de oorzaken van dystrofie? Vaak ontstaat dystrofie na een verwonding zoals een botbreuk, een kneuzing of een operatie. Het is ook mogelijk dat de aandoening ontstaat door een wondinfectie, problemen in de halswervelkolom, druk op een zenuw, een beroerte of een hartaanval. Ook kwaadaardige afwijkingen zoals kanker en zelfs psychische problemen kunnen leiden tot dystrofie. Het komt ook voor dat verschijnselen spontaan ontstaan zonder enige oorzaak. Na een ongeval of operatie aan een lidmaat is de kans op dystrofie zo’n 1 tot 2%.

Wat er precies gebeurt bij dystrofie is nog niet duidelijk. Over het ontstaan van dystrofie bestaan verschillende theorieën. Uit verschillende studies bij diermodellen blijkt dat het onwillekeurig zenuwstelsel reageert op de pijn die voortkomt uit de genoemde trauma’s zoals een operatie. Het zenuwstelsel regelt automatische lichaamsfuncties zoals het krijgen van kippenvel of blozen. Er zouden bij dystrofie verbindingen tussen zenuwen ontstaan die normaal niet met elkaar verbonden zijn. Het gaat hierbij om vier soorten zenuwen die het gevoel, pijn, motoriek en de regeling van de bloedvaten aansturen.

Deze ongewone onderlinge verbindingen van dit soort zenuwen zouden leiden tot de klachten. Een andere theorie is dat het genezingsproces tegenwerkt door een abnormale ontstekingsreactie. Deze reactie leidt weer tot zuurstoftekort in de weefsels van het aangedane lichaamsdeel.