De diagnose dystrofie wordt gesteld aan de hand van de verschillende verschijnselen en een lichamelijk onderzoek. Omdat de precieze oorzaak niet bekend is, worden er verschillende behandelingen toegepast. Welke behandeling wordt toegepast is afhankelijk van de behandelaar. De specifieke klachten en verschijnselen van de individuele patiënt dienen leidend te zijn in het kiezen van een behandeling. Om ernstige complicaties te voorkomen moet je dystrofie zo snel mogelijk behandelen. Wanneer er een eventuele oorzaak is, zoals een ontsteking of botsplinter, moet deze worden weggenomen.

Om de pijn tegen te gaan is het van belang dat men voldoende rust neemt. Ook kan men pijnstillers slikken. Bij dystrofie kunnen vrije radicalen een rol spelen. Dit is een bepaald soort molecuul welke schadelijk is voor het lichaamsweefsel. Sommige patiënten hebben baat bij bepaalde medicijnen welke de vorming van vrije radicalen in het weefsel tegengaan, zoals DMSO en mannitol. Andere medicijnen zoals ketanserine en alfablokkers kunnen ook een gunstig effect op de dystrofie hebben. Deze medicijnen beïnvloeden het regelmechanisme van de bloedvaten. Bij koude dystrofie kan er isoptin of adalat worden voorschreven. Deze medicijnen zorgen voor een betere doorbloeding.

Zenuwstelsel

Bij dystrofie speelt het sympathische zenuwstelsel een rol. Het zenuwstelsel regelt verschillende automatische lichaamsfuncties zoals pijngeleiding en doorbloeding. Het blokkeren van bepaalde sympathische zenuwen kan een positief effect hebben op de dystrofie. Je kan de zenuwen verdoven door met een verdovingsmiddel in de zenuwen te spuiten of door ze te behandelen met warmte. Het behandelen door middel van warmte geeft een langer effect. Ook RIS blokkade is een mogelijkheid, hierbij wordt de combineer je de verdovende stof  met een ganglion blokkerende stof. Deze stof zorgt ervoor dat de zenuw geen signalen meer doorgeeft. Deze blokkade heeft enkele dagen effect en zal langer worden naarmate je de behandeling vaker herhaald.

Ook een paramedische behandeling van dystrofie is mogelijk. Over het algemeen zijn een fysiotherapeut en/of ergotherapeut hierbij betrokken. De fysiotherapeut houdt zich bezig met de bewegingsproblemen en pijn in de gewrichten en de ergotherapeut kijkt hoe men met de problemen in het dagelijks leven omgaat. Er wordt een behandelingsplan opgesteld om zo de problemen te verminderen of zo goed mogelijk op te lossen.

Het is ook van belang om het aangedane lichaamsdeel minder te belasten door het te spalken of bijvoorbeeld met krukken te gaan lopen. Tijdens de revalidatie komt altijd terug dat men voldoende rust moet nemen en activiteiten over de dag moet verdelen.